dinsdag 15 september 2009

en toen had ze geluk...


Melbourne, 16:12, in mijn nieuwe thuis (weg uit de eeuwige hostels!)

Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik nog een blog heb geschreven (wat niet waar is, ben eigenlijk zeer ijverig, al zeg ik het zelf) maar dat komt omdat er veel is gebeurt de laatste anderhalve week.

Om een of andere reden is het moeilijk mijn blog te schrijven zonder dat er iets tussenkomt. Mensen zien me geconcentreerd typen en beginnen een gesprek, de kuisploeg loopt binnen, ik moet ergens naartoe...

Mijn vorige blog schreef ik in de comfy zetel van de YHA hostel. Net toen ik wederom ijverig zat te typen, hoor ik uit de omroepspeekers: "Can Gitte Peeters come to the reception, please" Ik keek op en vroeg me af of het mijn naam was. Na wat bedenktijd besloot ik dat het wel degelijk mijn naam was, ondanks het gebrek aan bekende klanken (kid pieters, wasda?) Ik zuchtte, sloot weer mijn laptop en liep naar de receptie.

Wat administratieve goochelkunstjes van de twee receptionisten later, kwam de aap uit de mouw (hehe, ik moest deze uitdrukking ooit gebruiken) De donkere jongen vroeg: 'Hey, my shift ends at eleven, if you`re still up, would you fancy going for a drink?'

....mmm, let me think: ik ken hier niemand, verveel me dood en een knappe jongen vraagt me om iets te gaan drinken: what shall I do?...

'Sure, I'll be in the lounge'

Cute Reception Guy was een geschenk van God. DJ (zo noemen ze hem wegens een te lange Mauritiaanse naam..) bleek een zeer sociale jongen met een meer dan gemiddelde kennis over Melbourne en een gave geweldige tips te geven. Ik vertelde hem dat ik op zoek was naar een job. 'You should go to Lyngon street, there are a lot of restaurants over there...`

Omdat de YHA hostel vol met oudere mensen zat ('Let me tell you something, Missie, when I was your age...') en ik nood had aan wat jonger volk (lees: nog kortingbonnen had voor een ander hostel) verhuisde ik naar Base Backpackers hostel. In mijn kamer vond ik een bende Ieren die er al drie weken lagen te stinken en werk zochten in St Kilda, de hippe partybuurt rond de hostel, waar elke backpacker probeert. (leve kortingbonnen)

De stinkers keken verbaasd op toen ik hen exact vier dagen later vertelde dat ik werk had. 'Really? where? what did you do? who did you sleep with?'

Mijn geluk was nog niet op. Cute Reception Guy belde: 'Hey, we have a spare room that you could rent.' mmm, aanlokkelijk maar misschien toch niet, wat moet die jongen van mij?

Na mijn trial in een chique italiaans restaurant in Lyngon street (uhu), werd zijn voorstel wel heel aanlokkelijk. Melbourne is een grote stad dus om relatief goedkoop én dicht bij je werk te wonen is wel heel aangenaam.

Dan toch maar eens gaan kijken.

Hij had me uitgenodigd op een zaterdag, zodat hij direct kon zien hoe zijn hele Mauritiaanse familie (and this is my cousin, and this is my brother in law, and this is the friend of my brother in law's cousin,...) op mij zou reageren. Elk weekend reist namelijk half geëmigreerd Mauritius (how many can there be?) Australië door om in hun woonkamer te eindigen. Naast de in de weekends overbezette woonkamer had het voor mij ook een slaapkamer met dubbel bed, een badkamer met douche en jacuzzi (alright), een inwonende tante die er op staat dat ze voor mij mag koken (alle dan), een pooltafel (cava) en een tramhalte recht voor de deur (convenient).

En zo lig ik nu in mijn dubbelbed mét elektisch deken ('voor de koude winter', zeggen Mauritianen die nog nooit sneeuw zagen) en schrijf ik ongestoord mijn blog. Elk begin is moeilijk maar alles komt altijd wel in orde, you'll get your share of the lucky cookie.

En nu, nu gaan we effe blijven en de rugzak uitpakken, alle, waar staat da strijkmachien?

zaterdag 5 september 2009

Sydney - Melbourne





Melbourne, hostel, 12u43

Woensdag om 6u30 opgehaald voor een rit naar Melbourne. We zaten met 8 in een busje voor 24 man, waaronder weer 2 Belgen (dat brengt de teller op 3). Na twee uur rijden zagen we Canberra, de hoofdstad van Australië. Bones, tourgids, deed niet veel moeite om zijn desinteresse tijdens zijn uitleg te verstoppen. Maar de meeste van ons waren ook niet echt geïnteresseerd in het parlementsgebouw. Wat aan de saaie kant, net als de stad zelf. Canberra is namelijk een ongeïnspireerde hoop straten en gebouwen in the middle of nowhere met rechte straten en geen creatieve imput in zijn uitzicht. Het parlement op zich had wel een grote feestzaal met een prachtige dansvloer in donker, gepolijst hout. Ik hoorde stiekem het deuntje van Belle en het Beest, I was in for a dance, where's my prince?

Terug in de hippiebus voor nog een paar uur rijden (hey, it's australia) waarbij we ieder om beurt vooraan zaten met een boek vol streepjes. We telden ongeveer 140 dode kangeroes en wallabies, 10 dode wombats (iets als een hele grote cavia) met hun vier pootjes in de lucht en nog wat vossen en vogels. De roadkill in australie is enorm, op den boerenbuiten is het altijd oppassen voor overstekende wild. Ook wij hadden bijna prijs: onze busje raakte op een haar na een kangeroe toen die voorbij hopte. Toen ik Bones vroeg hoe vaak hij een ongeluk had met een dier zei hij vrolijk : 'Oh often, like every two weeks.'
we sliepen in een hostel aan de voet van de Snowy Mountains, dicht bij een dorpje genaamd Jindabyne. De zon was nog niet onder dus ging iedereen wat rondwandelen. Ik liep naar het meer beneden in de vallei. Het was koud maar de zonsondergang was een van de mooiste die ik ook heb gezien.

De volgende ochtend deed pijn. Niet noodzakelijk omdat we om 6u moesten opstaan, eerder omdat het echt wel koud was. De dag voordien hadden we Canberra bezocht met een goeie 20 graden, nu trokken we de skipiste op met een temperatuur van 2 graden. gaah! Ik droeg al de truien die ik bij had, die ik aanhield in het après ski-cafe tijdens het drinken van mijne warem choco.

Ik ben zelf niet op skieën gekropen omwille van de prijs en mijn zwakke knieën en misschien maar goed ook. we waren begonnen met vallende skiërs en snowboarders te tellen maar we zijn snel gestopt: niet bij de houden. Het was ook leuker om de toch ietwat vreemde dresscode op de piste te aanschouwen: mannen op skilatten verkleed als nonnen, Futurama-figuren, KungFu strijders, bruid en bruidegom,...

Van de koude terug naar het warme. Voor onze volgende bestemming reden we door een natuurpark tussen de bergen en bossen. Bones reed het busje langs diepe afgronden en zandwegjes tegen een behoorlijke snelheid (denk: twee cm van de afgrond) Tegen de avond kwamen we aan in Foster, een stadje aan zee, waar we zouden overnachten en een kampvuurtje zouden maken op het strand. Dat laatste plan viel al gauw in duigen toen het als een ware moesson begon te regenen. Damn. Ik zat dan maar op het overdekt terras wat in mijn Twilight boek te lezen (Een hollands meisje had me in de eerste week haar boek gegeven omdat ze ervan af moest -ondanks mijn protestkreten 'twilight: dat is weer zo'n mode voor bakvissen'. Het bleek direct het begin van mijn nieuwe verslaving), toen Bones tijdens een regenstop vroeg om naar het strand te wandelen, sure.

Op het strand, dat verlicht werd door de volle maan, legde Bones me uit dat ze in Australië geen Noorderster hebben maar een sterrenformatie waaruit je door wat berekeningen het zuiden kon vinden. Diezelfde sterrenformatie staat ook op de vlag van Australië. Hij vertelde me zaken over de ontdekking van australië en waarom er geen primaten in hun wildlife leven. Hij bleek zelf een ware Aussie te zijn, opgegroeid in the outback van Melbourne ('Sure I've been biten by snakes, every boy living in Australia plays with snakes when their young').

Ook de derde en laatste dag voor onze aankomst in Melbourne zaten we voor 7u in de bus. Deze keer op weg naar het zuiderste puntje van de oostkunst, Squeaky Beach, in het Kosciuszko natuurpark. We gingen wandelen in de bergen, met prachtig uitzichten op de rotsen waar de -echt heel wilde- golven op inbeukten. Het ruisen van de zee had hier meer iets weg van gedonder. We vonden op het strand een dode Australische Jan van Gent. Zijn bek leek op een glimlach, alsof iemand hem een goeie mop had verteld, waarop hij tijdens het lachen tegen de rosten was geknald.

In de namiddag nog te voet op 10 meter afstand van kangeroes en wombats geraakt. Bones liet ons ook de redbackspider zien, nadat hij een willekeurige steen oppakte.

's avonds in Melbourne aangekomen, waar ik nu ben. Vanaf nu is het werk zoeken en centjes verdienen. zucht, na die drie dagen, klinkt dat als een hele saaie, alledaagse bedoeling maar zolang ik geen ezeltje heb dat goudstukken kakt zal ik toch moeten vrees ik ;)