vrijdag 19 maart 2010

And that's the way the cookie crumbles...






Nadat we Kaikoura hadden verlaten, was het nog niet gedaan met waterpret voor mij. Gelukkig is de ferry tussen het noord en zuid-eiland van Nieuw Zeeland voorzien van een gigantische ferry (lees: hoera, geen kotsemmer!).

Aangezien Wellington de hoofdstad is van Nieuw Zeeland gaan Amanda en ik de politieke toer op. Het parlement bestaat uit een rond gebouw met de naam The Beehive. Nieuw Zeeland is nog het enige land ter wereld waarbij parlementariërs witte pruiken dragen tijdens zittingen (wtf?!) In de grote inkomhal draagt een sculptuur linten van alle landen ter wereld. België is voor een keer zéér goed vertegenwoordigd: een gigantisch lint pal in het midden met de driekleur, foto's van de Brusselse grote markt en rode klaprozen van Flanders Fields, een beetje kant en helemaal in het midden een gigantische foto van Kuifje (blijkbaar filmen ze momenteel de filmversie van Tintin in Wellywood).

Richting Taupo krijgen we dan eindelijk kiwi's te zien, goody. In een kamer met infrarood staan Amanda en ik naar kiwi's te turen, die als onze ogen niet liegen, gemaan aan het poepen zijn. Na de hankypanky begon het manneke maniakaal rondjes te lopen (redelijk komisch aangezien het hoofd en de bek van een kiwi zo vooruitsteken dat je de indruk hebt dat ze voorpoten zouden moeten hebben. Aangezien die er niet zijn, verwacht je elk moment dat hij voorover gaat vallen).
De Kiri-vogel is ook leuk trouwens. Hij ziet eruit als een gewone zwarte vogel maar hij maakt het echte fietfieuw geluid dat menig meisjes doet blozen als jongens hen nafluiten. Toen ik het hoorde, zat ik rond te kijken naar wie er zat te fluiten en vond alleen een zwarte vogel. De deugeniet.

In Taupo laat ik me door Amanda verleiden om voor een van mijn laatste dagen in Nieuw - Zeeland nog eens door de hel van het bungyjumpen te gaan. 47 meter de diepte in richting parelblauw water.
En dan is het gedaan.
Het is tijd om afscheid te nemen van Amanda, en Nieuw Zeeland. Onze laatste ochtend bakken we nog pannekoeken en gebruiken de kaarsje bedoelt voor haar verjaardag ter afscheidviering.
Nog een dikke knuffel en dan zit ik op de bus richting Auckland.

Voor mijn vroege vlucht slaap ik die nacht op de luchthaven (ietwat comfortabeler dan mijn luchthaven-nacht in Darwin, deze had ik wel een bank en een slaapzak) om rond 7u op het vliegtuig richting Sydney te zitten. Back in Sydney, good old Sydney.

Op 22 maart ben ik officieel thuis.
Na 7 maanden en drie dagen. Ik ben even nerveus voor het thuiskomen als ik was voor het vertrekken. Hoe mijn leven thuis zal zijn, is een even groot vraagteken als mijn leven in Australië was voor ik vertrok.
Voor mijn laatste dagen in Sydney is het nu vooral terugkijken op de meest volle, uitdagende en leerrijke maanden van mijn, nog steeds, korte leven.
Nu de meeste mensen op de hoogte zijn van mijn terugvlucht krijg ik veel 'komt ge nu al terug?'-reacties van het thuisfront. Ik had tenslotte altijd gezegd dat ik een jaar naar Australië ging. Maar dat was mijn onvoorbereide, we zien wel-Gitte (die ik nog steeds ben trouwens, misschien zelfs nog meer dan daarvoor). Ik wist niks over leven en rondtrekken in een ander land of over hoeveel dat kost.
En als ik die reacties van mensen krijg, moet ik altijd lachen. Ik heb in 7 maanden tijd 20 000 km afgelegd, 6 vluchten genomen, gebungyjumped, geskydived, geraft, paardgereden, quads bereden, in een helicopter gezeten, in een zorbit gerold, gedoken, gesnorkeld, geskinnydipped, met dolfijnen gezwommen, roadtrips gemaakt, uren gewandeld, in tenten, hutten, luchthavens, auto's, hostels en bij Mauritiaanse families geslapen, kangoeroe's, koala's, krokodillen, kiwi's, wombats, zeeleeuwen, zeehonden en walvissen bekeken en soms overreden (de kangoeroe), als opdienster en poetsvrouw gewerkt, kerstversiering gemaakt in putteke zomer en ben onnoemelijk veel oude/jonge, knappe/lelijke, stomme/leuke en saaie/interessante mensen van over de hele wereld tegenkomen.
Het lijkt alsof ik jaren ben weggeweest.
'Komt ge nu al terug?'. Hahaha....

Maar bon, elk varkentje heeft een staartje en elk verhaal moet eindigen met een einde. Dus bij deze: Gitte ging naar Australië, deed al het bovengenoemde en kwam naar huis. The End. That's the way the cookie crumbles. (...of: kwam thuis, viel aan haar deurstoep over een klomp goud, begon te graven, bleek op een goudmijn te wonen, werd samen met haar familie steenrijk, kocht zichzelf Australië en een harem ridders met witte paarden, en leefde nog lang en gelukkig in een tropische oase totdat ze stierf aan obesitas en jicht en samen werd begraven met haar collectie huis cavias - Ook nog steeds mogelijk...)

PS: mijn volgende blog zal over mijn eeuwig durende vlucht van Sydney naar Brussel gaan en wat dankbetuigingen inhouden, als je bij deze daar nog in vernoemd wil geraken: terugkomcadeaus zijn welkom. danku.

maandag 8 maart 2010

Een dol-fijne dag!




Zo ziet een sperm whale eruit. (niet door bij getrokken)



Een meisje vertelde me ooit dat ze zat in te checken in haar hostel in Hervey Bay, Australie toen de receptiejongen bij het loeien van de sirene bij de brandweerkazerne in Superman-stijl zijn hemd uittrok en het gebouw uitliep. De andere receptioniste zei tegen de verbaasde gasten: "It's a small town, he's a volunteer for the firebrigade..."

Ik herkende dat van ergens: Nieuw- Zealand is totaal anders dan Australie, maar een ding hebben ze gemeen: veel plaatsen zijn ietwat afgelegen om niet te zeggen in het totale niets. In kleine gemeenschappen moeten mensen dus verschillende taken op zich nemen om samen te overleven. Hilarische komedie.

Ik en Amanda hadden ons getrakteerd op een Subway (zie: de Panos) in Te Anau en zaten ons broodje op te eten toen de brandweerkazerne aan de overkant van de straat begon te loeien. Net toen ik wou bijten in mijn Sub of the Day ($3,90 = 1euro 70 cent), kwamen er twee mannen van verschillende kanten op blote voeten aangelopen. Eentje had zijn keukenschort nog aan.

Binnen de vijf minuten kwamen auto's met gierende banden aangereden bestuurd door mannen in pantoffels en pijamabroeken. Ze doken in hun kleding en in de brandweerwagen, om met luide sirene weg te scheren.

Even afgelegen maar iets groter is Queenstown, adrenaline capital of the world. Ik en Amanda hadden beiden het gevoel oude rotten in het vak te zijn (bungyjumpen, check; skydiven, check; raften, check,...). In plaats van helse stunten uit te halen, gingen we met een berglift de heuvel op voor wat panoramafoto's en een ritje op de luge, pret voor oudjes (zelfs ik ben nog in een stuk).

Nog maar nauwelijks aangekomen in Dunedin besloten ik en Amanda naar de peninsula te gaan. Dunidin ligt aan de Oostkust van Nieuw- zealand en heeft een afgelegen stuk strand met wat diertjes, unieke diertjes. Veel zeehondjes en pinguins en ik had al eens vaag gehoord van The Royal Albatros. Dat hij een spanbreedte van drie meter had, was me toch ontgaan (maar niet toen ze over onze hoofden voorbij zweefde). Ik buig nederig het hoofd voor deze royal - you don't want to mess with them. Net als de zeeleeuw trouwens, een hoopje blubber met weinig gevoel voor etiquette maar het loopt blijkbaar sneller dan de mens en wil vaak 'spelen'. A bully on the playground. (maar toen wij ze zagen lagen ze wat te slapen op het strand dus hoefde ik niet weg te lopen van blubberhoop).

Dunedin heeft wat mooie 'oude' gebouwen voortgebracht die perfect op de main street van Disneyland kunnen staan (nee, heb gecheckt, geen kartonnen stellingen). Een Canadees meisje zat eens verwonderd te kijken naar een kerk van 100 jaar geleden in Melbourne en vertelde mij dromerig: " I love old churches..." Ik kon een lachje niet tegenhouden, het was net geen nieuwbouw meer.

Het leukste aan Dunedin bleek toch: de chocoladefabriek.We kregen veel chocolade en zagen een chocolade waterval (uhu). Een leuke dag (totdat ik wat al te ijverig mijn chocola had opgegeten: buikpijn, man). Gelukkig was de klim van de steilste straat ter wereld niet dezelfde dag, al goed.

Lake Tekapo is waarschijnlijk mijn laatste stop in de 'wildernis'. Een wel zeer blauw meer en een geweldige sterrenhemel (met zichtbare melkweg!). Voor medische redenen moest ik ook dit weer bewonderen vanuit de spa (but I'm holding on here).

Christchurch is chilltime, reizen is vermoeiender dan ge denkt (not complaining, mind you). We kwamen aan, net op tijd voor Chinese New Year. Lapionnekes, verlichte draken en visjes in het water (geen echte) en veel chinezen. Amanda heeft me wedergeintroduceerd in het Ierse erfgoed, bier! Als chillen kan naar de film staat naar de film gaan ook niet mis. Alice in Wonderland met groovy 3D bril oeyeah!

Dolfijn- en walvispret in Kaikoura. Gisteren gaan 'whalehunten'. Op een boot, vergezeld door twee andere boten en een helicopter (het leek wel een whale razzia) zaten ze wat rond te hangen op zee (zeeziekte was weer mijn deel) toen er een onzichtbaar signaal werd gegeven en alledrie de boten in een richting begonnen te racen. en inderdaad, een sperm whale kwam bovendrijven (elke uur 10 minuten lang) die zich vrij omsimgeld moest hebben gevoeld (drie boten aan elke kant vol met toeristen en een helicopter die er rond vliegt).
Op de weg terug naar de haven zagen we nog een kolonie Dusty dolfijnen (degene die springen), die we de dag erop terug zouden zoeken.

Vanochtend dus om 5u uit mijn bed om met dolfijntjes te kunnen zwemmen. Ingepakt in een thermische pak met hoofdkap, snorkel en flippers op de boot. We hadden een beetje pech met het vinden van de kolonie, ze zaten ver weg. Bij het instappen had iedereen gelachen toen ik al een kotsemmer nam voordat we vertrokken waren, maar ik wist dat ik me moest voorbereiden. Terwijl ik zeeziekte naar een hoger niveau bracht, kwamen we na meer dan een uur de dolfijnen tegen (zo'n dikke honderd). In onze dikke pakken het water in (nog steeds hartinfarct-koud water) om wat te spelen met dolfijnen. Dolfijnen worden aangetrokken tot geluid dus zat er dertig man in een onnozel pak liedjes te zingen in een snorkel. Maar de moeite waard voor wat gezelschap. Een dolfijn speelde effe met mijn flipper en de rest draaide rondjes rond mij, nieuwsgierig naar dat vreemde pakgeval met snorkel.


dinsdag 2 maart 2010

Shit, een witte vagina en kleine witte puntjes...






Een shitty day met hoofdletter S. Laten we even recapituleren:


- Na een week van pijn in de knie nog steeds een Gitte met Quasimodo walk, lopen doet pijn maar supermarkt en apotheker zijn niet het blokje om

- nieuw gekochte gelpack voor knie ontploft in microgolfoven

- na lang hobbelen richting opticien is hij toe en bril is dus nog steeds kapot

conclusie:
Godverdomme (x 12).

oplossing:

- cry cookies

- geen warmte gelpack voor mijn knie, dan maar in de gratis spa van de hostel (voor medische reden uiteraard) (en wou het nu ook nog lukken dat ik er aan de praat geraakte met een dokter die mijn knie onderzocht en me - gratis en voor niks-
vertelde dat het waarschijnlijk een gescheurde miniscus is, lees: vier weken genezen en niet forceren, anders operatie) Het allergoeie nieuws is: na zo'n ellendige dag kan het echt alleen maar beter gaan, and so it did.

Franz Josef is een dorpje alleen gebouwd voor de toeristen die naar de gletsjer komen kijken. Amanda ging de gletsjer op met een gids, ice axe en twee goeie knieen terwijl ik me naar de voet van de gletsjer waagde (ik vervloekte mezelf voor het vergeten mijn fototoestel dus legde ik mezelf de taak op om mooie beschrijvingen te vinden voor wat ik zag. Toen ik het ongelijke onderstuk van de gletsjer tussen twee groene bergen zag, was het eerste wat in mij opkwam: wow, da lijkt op een witte vagina. Ik dacht dat blijkbaar luidop -en in het engels- waarop een Amerikaanse vrouw me wat geshockeerd aankeek. conservatief mens...

Die avond regende het Cats and dogs (mijn beschrijving: hard) maar dat was helemaal geen probleem. Zo zaten Amanda en ik op een piepkleine tv naar de tweede en derde film van The lord of the Rings te kijken op videocasette (oh glamour).
Na die marathon (6 uur film, man) ging Amanda wandelen en ik hobbelde met haar mee richting het bos naast onze hostel, op zoek naar glowworms. In de pikkedonker werd het bos verlicht door kleine gloeiende witte puntjes. (daar kan je geen foto van trekken dus mijn beschrijving van glowworms: kleine, witte puntjes).

Op weg naar Queenstown stopte we in de vroege ochtend aan een meer dat door de rotte bladeren een zwarte bodem heeft en dus een perfecte spiegel vormt van de omgeving rondom (het bewijs op foto). supermooi. Net als de weg naar Queenstown zelf trouwens. Geen wonder dat hier het meerendeel van Lord of the rings is gefilmd: bossen, bergen, blauwe rivieren.

In Queenstown huurde Amanda en ik onze eigen auto riching afgelegen Milford Sound. De weg ernaartoe is al een belevenis op zich. Hij staat bekend als een van de mooiste routes in Nieuw Zeeland (en ook een van de gevaarlijkste, ma bon) en echt waar, we zijn blij dat we konden stoppen waar we wouden want het bleek vaak zo mooi te zijn dat we in onze ogen wreven om te zien of het wel echt was. Bergen, water, natuur en verder niks, waar ziet ge dat nog?

Na een nachtje in de auto (chance dat de huurcompany ons een upgrade hadden gegeven en we in een grote auto konden slapen) waren we voor alle japaners (yes!) op een ferry in de fjord van Milford Sound. (Beschrijving: een fjord is een stroom van verswater dat richting de zee vloeit en omgeven is door gebergte (denk:watervallen). Milford Sounds is een van de natste plaatsen ter wereld (zelfs Belgie krijgt geen 7m regen per jaar). Dus was het logisch dat ook wij regen en wind trotseerde op de boot, of was het de voorbode van een tsunami? mijn mama stuurde me een sms die ik pas later kreeg doordat ik geen receptie had. De sms zei: ' tsunami warning voor nz, ga niet te dicht bij de zee!' Dat las ik na mijn tripje op zee :). avontuur!