zondag 20 december 2009

MERRY Christmaaaaaaaaa.....






Cairns on christmas eve, van Adelaide naar Darwin, 5000 km in 7 dagen, 4 dagen Tropen en veel adrenaline later...

Opstaan om 4u30 doet mij niks meer. Het is slechts een faits-divers in mijn dag. Zo ook op mijn laatste ochtend in Adelaide.
De bus chauffeur zei alleen: " It's gonna be a lot of driving today, do whatever you have to do to stay sane." okay...

Mijn manier bleek door overdreven geïnteresseerd te blijven in het eeuwig eentonige landschap - struikje, niks, struikje, niks, struikje,...- en de veranderingen toe te juichen: "woow, een road train, wooow, wat een super lange trein, wooow een lange gasleiding!" Ik was doodop na 900 km. Gelukkig voor mij, kon ik ook direct in mijn grot kruipen voor wat slaap. Zo gaat dat in Coober Pedy, the Opal capital of the World. Je graaft een grot, je verkoopt alle waardevolle stenen die er zitten en propt er wat meubels in en je hebt een huis in de woestijn dat een constante temperatuur heeft van 24 graden.

De volgende dag weer zot veel rijden, effe een continent doorkruisen lijkt gemakkelijk op papier maar blijkt zoveel verder in realiteit. We reden voorbij verschillende cattle station, "This one is as big as Belgium, run by 20 people".

woohoow, Alice Springs in zicht! Mannen met cowboyhoeden, vrouwen met leren boots, aborginals die geld bedelen, kortom sfeer to the limit. Het is ook de stad waar de de enige boatrace op aarde plaatsvindt die werd afgeschaft wegens water. Die mannen lopen jaarlijks met hun zelfgemaakte vlot om ter snelst de droge vallei in en diegene die eerst beneden is, wint. Maar nu wou dat toch lukken dat het vorig jaar had geregend en de vallei een meer werd waardoor ze daadwerkelijk met hun vlot moesten varen, wat blijkbaar een te eng idee bleek.

Maar bon, van Alice Springs richting Yulara, waar de meest gefotografeerde berg ter wereld staat, Uluru of Ayers Rock, een heilige plek voor Aboriginals. Dat is weer 900 km, heen en terug, goody.
Overdag in de hitte Kings Canyon beklommen ("I think Im having a heart attack") en 's avonds sunset op Uluru bewonderd. Hondsmoe kropen we in een swag (een soort tent rond je slaapzak waardoor je in de openlucht slaapt, "haha, very funny guys, stop throwing things at me" "euh, we werent throwing things at you..." "shit, that was a grasshopper").
Om exact 3u45 moesten we opstaan voor the sunrise op Uluru, het toeristengebeuren in Australië, hetgene wat je op alle postkaarten ziet; huphup
Wat me opviel waren de ziljoenen toeristen die zoveel verwachten van het hele gebeuren, kleurtjes die veranderen enzo. Het is even cool hen in het oog te houden dan de echte sunrise op Uluru.

Om 5 u 's ochtend na terugkomst in Alice Springs stond ik me te douchen op de gelijkvloers toen ik een aborginal door mijn raam zag kijken, zelfs toen ik zei: "Hey, I can see you, you know" bleef hij mij aangapen. Uiteindelijk sprong hij over een hek toen iemand van de receptie na mijn klacht ging kijken. You think they should invest in curtains...

Na the rockmania, time to go Tropo. Een echt gebruikte term voor mensen die in het niemandsland wonen tussen Alice Springs en Darwin en daar serieus gek worden van de hitte en de eenzaamheid, maar vooral van de verveling. Zo zagen we een kerel die voorwerpen verzamelde van over de hele wereld, zen hele cafe vol, een kerel die zijn tankstation tot UFO capital of the world verklaarde omwille van zijn vele alien ontmoetingen en blijkbaar was er een kerel die uit verveling kakkerlakken van zijn plafond schoot met een jachtgeweer, gewoon zomaar...

Ter hoogte van Katherine begon beschaving ietwat tekenen van bestaan te tonen. We gingen er zwemmen in warmwaterbronnen met freshwater-krokodillen (de kleintjes die vis eten) Truly, paradise on earth, aah...

Sheldon, onze gids/chauffeur/hunk vertelde me dat aboriginals in hun taal de blanke mens nog steeds witte termietenheuvel noemen. Sinds de komst van de Japanse toeristen zijn ze een beetje verward aangezien Japaners weinig op blanken lijken. Daarom noemen ze hen nu witte termietenheuvels, zonder ogen. hihi...

Katherine is bekend voor zijn overstromingen in the wet season. Dan vinden ze salt water krokodillen (de gevaarlijke) waar het water gaat: op de weg en in zwembaden. Blijkbaar vond de manager van de supermarkt bij het opmeten van de waterschade in zijn winkel een krokodil in de groenten- en fruitafdeling. So he was a vegetarian then.

Na het tweede verkeerslicht in 1500 km kwamen we aan in Darwin, alias de Tropen. Ademen gaat moeilijk en zweten gemakkelijk. Het is alsof je vastzit in de kleedkamers van een zwembad, hot and steamy.

Alsof dat nog niet erg genoeg was, werd de trip naar Kakadu National Parc er niet beter op: hot, steamy en nog eens ziljoenen vliegen erbij. Ik zag mensen echt kwaad worden van de vliegen, echt nie schoon...maar de watervallen waar we gingen zwemmen werkte wat beter op ons humeur en terecht, garden of Eden.

Als een echte backpacker slapen op de luchthaven en richting Cairns en de East Coast: sun, palmtrees and beaches, here I come.

En er al direct invliegen, vrij letterlijk, in de vorm van skydiven. Ik werd vastgemaakt aan een stinkende kerel (doch zeer vriendelijk) en had gezelschap van twee meisjes die al van voor het vliegtuig opsteeg occasioneel gilden. ("You were so quiet" "Because you were so loud")

"They ll go first and than we follow, alright?" "Sure"

Toen we op 14,000 voet zaten, werd de deur geopend en zei die kerel opeens: "we're going first" "what? euh... ok." Voor ik het wist hing ik met mijn voeten uit het vliegtuig en wat volgde was oorsuizingen, koude lucht, vlinders in de buik en veel lachen...

De dag erop ging ik wild water raften, in case somebody thought i was slacking... De Tully rivier is waarschijnlijk een van 's werelds coolste wildwater rivieren, truly amazing. wat ongeveer een perfecte samenvatting is van de afgelopen twee weken.

Voor diegene die deze zin lezen: jullie hebben de hele blog-update gelezen, wat bewonderenswaardig is, aan jullie een Sweaty Merry Christmas vanuit Cairns!


dinsdag 8 december 2009

maandag 7 december 2009

The Great Ocean Road - Adelaide - Kanguroo Island

adelaide, in de loungesofa van de hostel, naast de pooltafel waar een kerel met gigantisch afro-haar amok maakt met zijn tegenspeler. jow homies, keep it down! Niet mijn enige probleem: probeer al een half uur van die Antwerpse trut af te geraken die zich introduceerde als: "allé joeng, iemand van Vlaenderen! Na kan ik eindelijk e beke vlaems klappen. ik zen da engels zo meug.." Shoot me, shoot me now...


aaah, a day off. Nooit gedacht dat je rustdagen nodig had om je vakantie door te komen, hehe. Mijn blog schrijven en wat chillen in adelaide voor ik richting Alice Springs trek.

Het begon bij mijn vertrek uit Melbourne waar ik cake had gekocht als een dankjewel voor mijn Mauritiaanse familie. Net als de chocoladecake eindigde het afscheid als een baksteen op mijn maag. Ik zei dag aan Doosh, Kush, Ash, auntie en uncle (zag ik een krop in de keel van uncle? hihi...) en stapte op een busje richting The Great Ocean Road.

De zuidkust van Australië tussen Melbourne en Adelaide staat bekend voor zijn mooie rotsformaties door erosie. De bochtige weg naast de kustlijn werd handmatige gegraven door een bende gasten in het begin van de vorige eeuw. Die jongens werden later begraven naast de weg. Toen deze werd verbreed werd het dus een soort 'rijden over doden'. Een variant van de al die skeletten onder de Grote Markt van Leuven. Na wat bochtenwerk kwamen we in de namiddag dan aan die bekende twaalf apostelen toen de vraag rees: Who wants to go for an helicopter ride over the rocks? oe, oe, me, me!!

Ik kreeg een gigantische koptelefoon met micro op mijn hoofd en hoorde: "...to Charlie" dus zei ik "Charlie to pilot!" De kerel naast mij keek me vreemd aan waarop mijn frank viel en ik besefte dat Charlie eerder de vliegterm betekende dan de naam die ze hier voor mij gebruiken. Oops.
We stegen op en vlogen richting kustlijn, woop woop! (check de foto's)

We stopte aan een camping om koala's in de bomen te bekijken toen iemand vogelzaad bovenhaalde. Een vogel in alle kleuren van de regenboog kwam sierlijk in haar hand gevlogen. Ze gaf me wat zaad en binnen de kortste keer zat er een exotisch vogel met zijn poten in mijn hand te prikken. Die vogels bleken geen eenzaten te zijn maar eerder in troepen van twintig, dertig te leven. Dus een moment later vonden we onszelf in een soort Hitchcock-achtige scène uit The Birds. Vogels grepen naar ons haar en onze handen voor wat eten terwijl we wild in de lucht graaiden en dekking zochten. Ondertussen zaten koala's rustig toe te kijken, kauwend op hun eucalyptus-bladeren.


De volgende dag was het stappen in de Grampians. Bergen doen in de zingende hitte, echt iets voor Gitte. Maar gelukkig geen zonnesteek, de goden zijn me gunstig. chance, want s'avonds sliepen we aan de voet van de berg in een lodge waar ik zeer competent bleek in het zo-dicht-mogelijk-bij-de-kangoeroe-komen-spelletje.

De ochtend erop stond ik weer op een bergtop maar deze keer moesten we ons vasthouden voor de wind. Ik zag een lizard waarvan het achterste op het voorste leek, waah waar is zijn hoofd!?

En toen was het in een trek door naar Adelaide, 500 km verderop. In drie dagen deden we ongeveer 1200 km. Alle Europeanen in Australie verschieten van dat getal zich een bult. Een Amerikaan zei daarop tegen mij: " America thinks 100 years is old and Europeans think 100 miles is far..." Quite right.

Eenmaal in Adelaide met de groep voor de eerste keer gaan zwemmen in Australië. De dag erop vertrok ik richting Kanguroo Island.

Kanguroo Island ligt ten zuiden van Adelaide en heeft enorm veel wildlife dat is uitgestorven op the mainland. De eerste dag was ik zeer moe maar daar had duidelijk niemand oren naar. Ik werd met een groep andere beginners op een ijskoud strand gedropt voor een surfles in de regen. Laten we het erop houden dat mijn talent ergens anders ligt dan in op een plank in het water staan.

De dagen daarna deden mijn armen pijn maar weer geen medelijden. kayaking. Maar dat was geweldig. Warm, niet heet. In de ochtend met een cool briesje en geen mens te bespeuren. Alleen water, natuur en zon.
En verder veel zeehonden, pinguins, koala's, sterren en lichtblauw zeewater...
(niet te vergeten de kangoeroe die we hebben overreden. Ik zag hem net voor onze bus springen en zei "Pas op!" maar na getuuter, gerem en keboem, keboem besefte ik dat deze term totaal nutteloos is in het verre Australië, een kangoeroe ten spijt. De rest van de volgende dag werd de grap " So that one is about the size of the kangooroo that we hit yesterday, huh?" vertelt, elke keer dat we een schattige kangoeroe zagen, sadisten dat we zijn.)




maandag 23 november 2009

Never be the last to leave the party


Als er iets is wat je leert, alleen aan de andere kant van de wereld, dan is het: aan alle mooie momenten komt een eind. Daar kan je dan op twee manieren op reageren: vloeken en balen of dankbaar zijn en vooruit kijken. Ik kies het laatste. No regrets, let's have fun.

Maar voor jullie onwetende zielen, zet ik een paar stappen terug in de tijd. De laatste twee weken heeft mijn hoofd overuren gemaakt. Gemoedstoestanden evalueren, tijdsplanningen maken, prioriteiten stellen,...
Het gevolg van die ijverige hersencel is een lichte wijziging in het jaarplan. Melbourne is great, mijn Mauritiaanse familie uberlief en zelfs mijn housekeeping-jobje is zowaar leuk maar ik voel mijn tijd in Melbourne, voor nu alleszins, toch eindigen. Never be the last to leave the party oftewel stoppen op een hoogtepunt. Ik zal het hier missen maar liever dat dan uit verveling of frustratie weg te lopen en het absoluut niet meer te missen.

Waarom opeens de ommekeer, ging ze niet zes maanden daar wonen en werken? wel ja, maar toen kwam er het besef van een leven na Australië. Het is hier waarachtig mooi, verrassend, warm en anders, maar het voelt ook lichtelijk gedesoriënteerd, vreemd en lukraak aan. Want, zo bedacht ik me, er is geen focus in mijn leven hier. En na drie maanden voel ik terwijl ik bedden opmaak, verbaasde Hollanders in het Nederlands terecht wijs en mensen hun spetterpoep opruim (lees: vuile wc's kuis) dat mijn gedachten steeds meer afdwalen naar: 'wil ik studeren, wat wil ik studeren, wil ik werken, in wat wil ik werken?...', en 'Ok, als ik wil studeren, dan moet ik wachten tot september, als ik in de lente naar huis kom, wat doe ik dan in the meantime?' and so on, and so on...

En hier kwam mijn trouwe vriend en reisgenoot steeds vaker ten tonele, mijn rugzak. Hij zat in mijn kast stilletjes stof te vergaren en 's nachts zachtjes te wenen en steeds vaker hoorde ik hem jammeren: "Gitte, Gitte, neem me op je rug en zie de wereld! Vul mij! Vul mij!"
Bastard
.
Hij was op den duur niet meer te negeren en in combinatie met mijn planning debacle ('waarom begint een semester in februari?') besloot ik mijn paard op te zadelen, mijn pottekes en pannekes te verzamelen en mijn warme, strooie bedje in te ruilen voor het zachte mos onder een boom op mijn tocht rond Australië. It's time to go.

Vandaag is officieel de start van mijn laatste week in Melbourne. Vanaf nu is het dus voor de komende twee maanden uitkijken naar The Great Ocean Road, Adelaide, Kangooroo Island, Ayers Rock, Darwin, Kakadu , Cairns,...
...Gulp...Take a deep breath and go for the ride.

zaterdag 31 oktober 2009

Leve de Kunst ! (van het zweten)



ietwat overdreven...

geconcentreerde blikken....


37graden. Uhu. Eieren bakken op het dak van een wagen. Het kan. De deuren blijven dicht want het is koeler binnen. Het is hier lente en dat laat zich voelen. Plastieke kerstbomen staan te smelten in de straat De teenslippers komen boven, zonnenbrillen zijn een must en alleen de gedachte aan een trui doet mensen zweten. Welcome in Australia.

Al goed, maar er moet ook gewerkt worden, of zoiets. Als housekeeper is het 'zwiejte gelek'a peit' (of zoiets als douchen zonder water) in een gebouw zonder airco. Uitkijken naar de zomer is hier dus nooit aan de orde. De geruchten zeggen dat ze dit jaar wél de 50 graden zullen bereiken, als de wind goed zit tijdens the bushfires. Goody.
Ondanks al het gezweet moest ik vandaag eens lachen toen ik mijn zelfgemaakte kerstversiering in de straten van Melbourne zag hangen. Mijn trotse bijdrage aan de Australische samenleving. (naast een deel van mijn loon, obviously)

37 graden, mensen lopen dus niet naar buiten als de zon eens schijnt, ze kruipen naar binnen. Het liefst waar er een beetje airco is. Zo ook op de laatste dag van the Melbourne Art Festival. Daar stond Le Salon van Peeping Tom geprogrammeerd. Zowaar een Belgische productie. De voorstelling was beregoed (spijtig wel van dat teenkrullend Engels op z'n Hollands/Vlaams, maar bon ze hadden hun publiek goed ingeschat met het grapje: 'What's the name of the Queen of England? Dame Edna': alle aussies gingen plat,harharhar) Het publiek bij deze voorstelling deed ook veel, suuuper enthousiast: daar kan het Belgisch publiek nog iets van leren, de zombies.

Vorige week vierde ik mijn eerst feestdag: the Melbourne Cup: een sportgebeurtenis als een feestdag. Daar kunnen de Belgen ook iets van leren: tegenover paardenracing komen we nogal muf over met onze lieve Hemelvaart en allerheiligen, hup horsie hup!

Bij The Melbourne Cup - 'The race that stops the nation'- moet je champagne, kleurrijke kleren en hoeden voorstellen, en veeeel weddenschappen. Na 2 minuten is de strijd gestreden. Een prachtig zwart paard genaamd Shocking wint deze editie. allez en daarvoor heb ik verlof, cava.

Maar nu is het dus vooral werken, zweten en genieten van de zwoele avonden. Iemand slippers nodig, over there? hehe...

(Bij the way: ze noemen teenslippers hier 'thongs', wat ik nog steeds redelijk vies vind maar dat ligt hier blijkbaar aan mij...)



woensdag 21 oktober 2009

pretty bizarre...

Melbourne, 21/10/'09

"I'm gonna make you pretty!"
"yes bu..."
"Take off your clothes, I'll show you how to put on a sari"

Vijf minuten later zaten drie Mauritiaanse mannen zich te verkneukelen bij mijn verschijning. Auntie had me ingepakt in haar roze sari (inculsief gouden dingske tussen mijn ogen) die onder de vijf km stof toch wat krap zat ('don't breathe') ter gelegenheid van een Indische feestdag en tevens Doosh zijn verjaardag.

Dat laatste werd op een iets frivolere manier gevierd dan de heilige dag in India. Toen de ouderen en kinders bedwaarts trokken, kwamen de vodka/bier/tequila-flessen boven. zes gasten: die drinken me binnen het uur onder tafel. Well...maybe not.

...voetbal, "who wants?", Home Alone 2 op tv, " Where are those shotglasses?", Doosh dansend op een auto, nootjes, "Watch out Doosh, you're pushing over the telly"...

Om twee uur 's nachts ging ik naar bed want mijn wekker zou meedogenloos rinkelen om 7 uur. Ik liet zes gasten achter waarvan ik niet wist of ik ze de volgende ochtend minstens semi-levend zou terugvinden.

Vijf uur later werd ik wakker van een doordringend geluid naast mijn rechteroor. De kamer leek te zwemmen. shit, this is going to be a long day. Waarom moest ik zo nodig twee jobs hebben, op een zondag, een dag na een zwaar feestje, waarom in godsnaam?

Het was nog niet onprofessioneel genoeg toen Kush, vriend van de familie alsook één van mijn bazen in YHA,
in de zetel wakker werd uit zijn coma en mijn verkreukelde en verschrompelde zelf aan tafel cornflakes zag slurpen. Hij zei: "So, you' re going to work, than?" "...euh yes, I hope the boss won't notice I had a rough night" Hij viel lachend terug in slaap. pretty bizarre times...

Na mijn shift in de YHA hostel had ik er nog een in Stuzzichino. Om half elf was ik thuis, en dood.

En de volgende dag terug gaan werken. Maar bon, dat is het waard want uiteindelijk is het de reden waarom ik in Melbourne ben: om centjes te verdienen. En daarvoor doe ik vanalles: bedden maken, dozen vouwen, pasta opdienen, kerstdecoratie beglitteren,...

Dat laatste is trouwens best grappig, bij een temperatuur van 28 graden. Al zag ik een uur na het werken nog rooie kerststerren dansen
ach ja, pretty bizarre times...



zaterdag 10 oktober 2009

maandag 5 oktober 2009

hinthint

357A, Flemington Road
North Melbourne VIC 3051

= ik woon daar, en we hebben een postbus....kuch....

zaterdag 3 oktober 2009

schokken der cultuur

2:45 AM Melbourne

Hobbel hobbel hobbel: de routine is gearriveerd. Maandag tot woensdag heb ik vrij maar soms wat werk in een magazijn: dozen maken voor wat extra geld in de hand, in mijn geval ietwat letterlijk:

...'hahaha, ok, if you cut your fifth finger as well, I'll give you ten bucks...' (heb hem niet gekregen: had mezelf 7 keer gesneden maar drie keer in dezelfde vingers: het telde niet, grrr).

Van donderdag tot zondag werk ik in Stuzzichino, een Italiaans restaurant, waar mensen mijn accent op rare plaatsen gaan zoeken: 'Are you from England, Canada, South Africa, Sweden, Germany?' no, no, NO!

Eenmaal België valt, volgt het onderwerp bier als vanzelve: Stella Artois, Leffe, Hoegarrrrden,...
Vanzelfsprekend hebben Doosh en Co me al geherintroduceerd in Belgisch bier in de Belgian Beer Garden, alles op tab.

Naast het vieren van Belgisch erfgoed, vinden Aussies er niks beter op om me ook hun cultuur te laten ontdekken. The Bastards. Vegemite is een zeer Australisch broodsmeersel dat heel lichtjes gespreid redelijk eetbaar schijnt te zijn. Schijnt.
Dale, de goedlachse kok in Stuzzichino, vond het niet leuker mijn naïviteit te misbruiken en gaf me Vegemite in een theelepel. Gadverdamme! Denk: Azijn in vaste vorm op een theelepel.

Dale deed de grap voordien met een soeplepel maar zijn laatste buitenlandse slachtoffer moest toch net iets te lang overgeven. Ik moest nog werken ondertussen, vandaar...
Mijn overdosis Vegemite bezorgde me naast een reputatie op mijn werk (Mensen kuchen 'Vegemite' in hun vuist wanneer ik voorbij loop), een eeuwige aversie voor het azijn-achtig smakend smeersel. Mijn culinaire tip: it's from Australia, keep it in Australia!


Maar Melbourne heeft nog meer zaken die mij wenkbrauwen omhoog halen, zoals: Macdonalds in een kinderziekenhuis, futuristische geluidjes bij het oversteken: 'Pioew!', vogels die mensen attackeren (postbodes maken enge maskers voor de achterkant van hun hoofd, zodat vogels niet aanvallen), vreemde mensen op vreemde plaatsen (in het postkantoor: 'Did you see that Star Trek- episode where...' 'euhm no Sir, I just want to buy international stamps.') en de zoek-de-logica-verkeersregel: rechts afslaan? Ga links staan...

Kortom: Australië is soms een rare plek maar lachen is vaak verzekerd. allé, nog ene om het af te leren: 'So Belgium is not a part of Germany?' Baaahahahaha......

dinsdag 15 september 2009

en toen had ze geluk...


Melbourne, 16:12, in mijn nieuwe thuis (weg uit de eeuwige hostels!)

Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik nog een blog heb geschreven (wat niet waar is, ben eigenlijk zeer ijverig, al zeg ik het zelf) maar dat komt omdat er veel is gebeurt de laatste anderhalve week.

Om een of andere reden is het moeilijk mijn blog te schrijven zonder dat er iets tussenkomt. Mensen zien me geconcentreerd typen en beginnen een gesprek, de kuisploeg loopt binnen, ik moet ergens naartoe...

Mijn vorige blog schreef ik in de comfy zetel van de YHA hostel. Net toen ik wederom ijverig zat te typen, hoor ik uit de omroepspeekers: "Can Gitte Peeters come to the reception, please" Ik keek op en vroeg me af of het mijn naam was. Na wat bedenktijd besloot ik dat het wel degelijk mijn naam was, ondanks het gebrek aan bekende klanken (kid pieters, wasda?) Ik zuchtte, sloot weer mijn laptop en liep naar de receptie.

Wat administratieve goochelkunstjes van de twee receptionisten later, kwam de aap uit de mouw (hehe, ik moest deze uitdrukking ooit gebruiken) De donkere jongen vroeg: 'Hey, my shift ends at eleven, if you`re still up, would you fancy going for a drink?'

....mmm, let me think: ik ken hier niemand, verveel me dood en een knappe jongen vraagt me om iets te gaan drinken: what shall I do?...

'Sure, I'll be in the lounge'

Cute Reception Guy was een geschenk van God. DJ (zo noemen ze hem wegens een te lange Mauritiaanse naam..) bleek een zeer sociale jongen met een meer dan gemiddelde kennis over Melbourne en een gave geweldige tips te geven. Ik vertelde hem dat ik op zoek was naar een job. 'You should go to Lyngon street, there are a lot of restaurants over there...`

Omdat de YHA hostel vol met oudere mensen zat ('Let me tell you something, Missie, when I was your age...') en ik nood had aan wat jonger volk (lees: nog kortingbonnen had voor een ander hostel) verhuisde ik naar Base Backpackers hostel. In mijn kamer vond ik een bende Ieren die er al drie weken lagen te stinken en werk zochten in St Kilda, de hippe partybuurt rond de hostel, waar elke backpacker probeert. (leve kortingbonnen)

De stinkers keken verbaasd op toen ik hen exact vier dagen later vertelde dat ik werk had. 'Really? where? what did you do? who did you sleep with?'

Mijn geluk was nog niet op. Cute Reception Guy belde: 'Hey, we have a spare room that you could rent.' mmm, aanlokkelijk maar misschien toch niet, wat moet die jongen van mij?

Na mijn trial in een chique italiaans restaurant in Lyngon street (uhu), werd zijn voorstel wel heel aanlokkelijk. Melbourne is een grote stad dus om relatief goedkoop én dicht bij je werk te wonen is wel heel aangenaam.

Dan toch maar eens gaan kijken.

Hij had me uitgenodigd op een zaterdag, zodat hij direct kon zien hoe zijn hele Mauritiaanse familie (and this is my cousin, and this is my brother in law, and this is the friend of my brother in law's cousin,...) op mij zou reageren. Elk weekend reist namelijk half geëmigreerd Mauritius (how many can there be?) Australië door om in hun woonkamer te eindigen. Naast de in de weekends overbezette woonkamer had het voor mij ook een slaapkamer met dubbel bed, een badkamer met douche en jacuzzi (alright), een inwonende tante die er op staat dat ze voor mij mag koken (alle dan), een pooltafel (cava) en een tramhalte recht voor de deur (convenient).

En zo lig ik nu in mijn dubbelbed mét elektisch deken ('voor de koude winter', zeggen Mauritianen die nog nooit sneeuw zagen) en schrijf ik ongestoord mijn blog. Elk begin is moeilijk maar alles komt altijd wel in orde, you'll get your share of the lucky cookie.

En nu, nu gaan we effe blijven en de rugzak uitpakken, alle, waar staat da strijkmachien?

zaterdag 5 september 2009

Sydney - Melbourne





Melbourne, hostel, 12u43

Woensdag om 6u30 opgehaald voor een rit naar Melbourne. We zaten met 8 in een busje voor 24 man, waaronder weer 2 Belgen (dat brengt de teller op 3). Na twee uur rijden zagen we Canberra, de hoofdstad van Australië. Bones, tourgids, deed niet veel moeite om zijn desinteresse tijdens zijn uitleg te verstoppen. Maar de meeste van ons waren ook niet echt geïnteresseerd in het parlementsgebouw. Wat aan de saaie kant, net als de stad zelf. Canberra is namelijk een ongeïnspireerde hoop straten en gebouwen in the middle of nowhere met rechte straten en geen creatieve imput in zijn uitzicht. Het parlement op zich had wel een grote feestzaal met een prachtige dansvloer in donker, gepolijst hout. Ik hoorde stiekem het deuntje van Belle en het Beest, I was in for a dance, where's my prince?

Terug in de hippiebus voor nog een paar uur rijden (hey, it's australia) waarbij we ieder om beurt vooraan zaten met een boek vol streepjes. We telden ongeveer 140 dode kangeroes en wallabies, 10 dode wombats (iets als een hele grote cavia) met hun vier pootjes in de lucht en nog wat vossen en vogels. De roadkill in australie is enorm, op den boerenbuiten is het altijd oppassen voor overstekende wild. Ook wij hadden bijna prijs: onze busje raakte op een haar na een kangeroe toen die voorbij hopte. Toen ik Bones vroeg hoe vaak hij een ongeluk had met een dier zei hij vrolijk : 'Oh often, like every two weeks.'
we sliepen in een hostel aan de voet van de Snowy Mountains, dicht bij een dorpje genaamd Jindabyne. De zon was nog niet onder dus ging iedereen wat rondwandelen. Ik liep naar het meer beneden in de vallei. Het was koud maar de zonsondergang was een van de mooiste die ik ook heb gezien.

De volgende ochtend deed pijn. Niet noodzakelijk omdat we om 6u moesten opstaan, eerder omdat het echt wel koud was. De dag voordien hadden we Canberra bezocht met een goeie 20 graden, nu trokken we de skipiste op met een temperatuur van 2 graden. gaah! Ik droeg al de truien die ik bij had, die ik aanhield in het après ski-cafe tijdens het drinken van mijne warem choco.

Ik ben zelf niet op skieën gekropen omwille van de prijs en mijn zwakke knieën en misschien maar goed ook. we waren begonnen met vallende skiërs en snowboarders te tellen maar we zijn snel gestopt: niet bij de houden. Het was ook leuker om de toch ietwat vreemde dresscode op de piste te aanschouwen: mannen op skilatten verkleed als nonnen, Futurama-figuren, KungFu strijders, bruid en bruidegom,...

Van de koude terug naar het warme. Voor onze volgende bestemming reden we door een natuurpark tussen de bergen en bossen. Bones reed het busje langs diepe afgronden en zandwegjes tegen een behoorlijke snelheid (denk: twee cm van de afgrond) Tegen de avond kwamen we aan in Foster, een stadje aan zee, waar we zouden overnachten en een kampvuurtje zouden maken op het strand. Dat laatste plan viel al gauw in duigen toen het als een ware moesson begon te regenen. Damn. Ik zat dan maar op het overdekt terras wat in mijn Twilight boek te lezen (Een hollands meisje had me in de eerste week haar boek gegeven omdat ze ervan af moest -ondanks mijn protestkreten 'twilight: dat is weer zo'n mode voor bakvissen'. Het bleek direct het begin van mijn nieuwe verslaving), toen Bones tijdens een regenstop vroeg om naar het strand te wandelen, sure.

Op het strand, dat verlicht werd door de volle maan, legde Bones me uit dat ze in Australië geen Noorderster hebben maar een sterrenformatie waaruit je door wat berekeningen het zuiden kon vinden. Diezelfde sterrenformatie staat ook op de vlag van Australië. Hij vertelde me zaken over de ontdekking van australië en waarom er geen primaten in hun wildlife leven. Hij bleek zelf een ware Aussie te zijn, opgegroeid in the outback van Melbourne ('Sure I've been biten by snakes, every boy living in Australia plays with snakes when their young').

Ook de derde en laatste dag voor onze aankomst in Melbourne zaten we voor 7u in de bus. Deze keer op weg naar het zuiderste puntje van de oostkunst, Squeaky Beach, in het Kosciuszko natuurpark. We gingen wandelen in de bergen, met prachtig uitzichten op de rotsen waar de -echt heel wilde- golven op inbeukten. Het ruisen van de zee had hier meer iets weg van gedonder. We vonden op het strand een dode Australische Jan van Gent. Zijn bek leek op een glimlach, alsof iemand hem een goeie mop had verteld, waarop hij tijdens het lachen tegen de rosten was geknald.

In de namiddag nog te voet op 10 meter afstand van kangeroes en wombats geraakt. Bones liet ons ook de redbackspider zien, nadat hij een willekeurige steen oppakte.

's avonds in Melbourne aangekomen, waar ik nu ben. Vanaf nu is het werk zoeken en centjes verdienen. zucht, na die drie dagen, klinkt dat als een hele saaie, alledaagse bedoeling maar zolang ik geen ezeltje heb dat goudstukken kakt zal ik toch moeten vrees ik ;)





















































zondag 30 augustus 2009

Koooeewiiiiiiitt!









ouch! 6u en opstaan, met kater. Waarom mezelf zo pijnigen? voor The Blue Mountains. Het 'gebergte' ligt anderhalf uur rijden van Sydney en is een Aussies fenomeen.

Na de moeizame start richting George Street (zonder map, I know my way around now) waar een hippiebusje op me wacht doe ik een wonderlijke ontdekking. Naast de gebruikelijke groep duisters, hollanders en engelsen was ook een onverstaanbare Ier en ,voor de eerste keer in 10 dagen, een Belg. Anke komt van Londerzeel, heeft bijna hetzelfde gestudeerd als ik en is een jaar ouder. wow, nederlands spreken: toch ff wennen.

Onderweg even gestopt bij en olympisch dorp van de Spelen van 2000. In de landenlijst met medailles komt België niet eens voor en er waren toch iets van een 170 deelnemende landen, painful.

The Blue Mountains is een plateau gebergte zo groot als half zwitserland en het best bekend van de Three sisters rockformatie, uit de mythe van de Aboriginals.

Toen we aankwamen regende het met bakken, alsof de Weergod het mooi winterweer van sydney op één dag wou compenseren met genoeg regen voor een heel seizoen. Iedereen was lichtelijk verrast door de weersverandering en liep er als een waterkieke bij. We kregen wel een panoramisch zicht over de bergen inclusief de regenboog.

The mountains is werelderfgoed omwillen van de eucalyptus bomen. Spierwitte bomen die in Australië meer doden veroorzaken dan wilde dieren, doordat ze vaak zonder waarschuwing kunnen omvallen of takken verliezen. Niet ongevaarlijk dus. Maar misschien niet zo gevaarlijk als het waarschuwingsbordje aangaf: Beware, abys (en in geschreven letters: 14 people already died), jaiks.
De vrouwelijke tourgids (vrouwen zijn hier trouwens altijd manusjes-van-alles die met bussen rondrijden, humor hebben, trektochten maken en heel knap zijn: you know where to come guys)
liet ons tekeningen maken met de stenen die Aboriginals gebruikten en legde ons uit dat we toch echt niet onze vingers in de gaatjes tussen stenen mochten steken want dat er overal funnel web spiders zaten (de giftigste spin ter wereld, zei ze droogjes) Blijkbaar kunnen zo'n spinnen door je nagel bijten; dit terzijde.

We stopten in een uitholling en ze legde uit dat een hulp of zoek kreet in het bos altijd 'koewiiiieet' is. We mochten het een allemaal proberen in de uitholling, waardoor het terugkaatst en veel luider door de vallei echoot. 'koewiiiieet'. de rest van de groep was al door toen Anke en ik ergens in de verte hoorde: Kooeewwwiiieet. alle het werkt dan toch. (niet dat we zijn gaan helpen, maar het is het idee, poor guy)
We hebben hem niet gezien maar in de bergen leeft er de Lyrebird. Een vogel die heel goed kan zingen maar nooit een eigen deuntje maakt. Hij imiteert alleen. Eerst van andere vogels maar sinds de mens er rondloopt, zijn het ook andere geluidjes: gsmtunes, een draaiende automotor, voetstappen,...

Het kooltreintje van vroeger hadden ze omgebouwd in een lift voor mensen. Het was de steilste berglift ter wereld. En het was inderdaad behoorlijk steil, de zetels stonden schuin omdat je zoo schuin gaat dat je niet rechtop kan zitten, en oh ja, er was voor de rest geen beveiliging. een trage versie van een pretparkattractie waarbij kinderen onder 1m40 en mensen met hartproblemen niet zouden worden op toegelaten.

Terug in Sydney nam ik afscheid van Anke. Zij vloog vandaag naar Alice Springs en ik vertrek woensdag richting Melbourne, let's see what that brings.

dinsdag 25 augustus 2009

wild life in the city





Woensdag 26/08, 23:13, Sydney

Mijn eerste week Sydney is een feit. wiehoow. Om eerlijk te zijn, was het een beetje een rollercoaster van emoties en gebeurtenissen. The Opera House, Harbour Bridge, Bondi Beach, Wooloomooloo, Darling Harbour, Royal Botanic Garden. Naast toeristische uitstapjes en praktische beslommeringen ook nog jetlag, partymood, veel sociaal contact, wanhopig keuzes willen maken, en af en toe heimwee.

Een van de utistapjes was naar de haven met een wildliferesort vol met beesten uit Australië. koala's, kangoeroes, vogeltjes en vlindertjes en natuurlijk pythons, kakkerlakken, spinnen en schorpioenen, evidemment. Halverwege het bezoek merk ik dat er geen airco opstond en dat het kippenvel op mijn armen en het dwangmatig in mijn handen wrijven toch wel tekenen van stress moesten zijn. damn you insects.


donderdag 20 augustus 2009

Rebound in paradise


Sydneeeeey


vleermuizen, Botanic garden






Sydney, hostel, 20/08/'09, 16:05

Mijn tweede dag in Sydney. Ben gisteren geland met uitzicht op, truly, paradise. Witte stranden, lichtblauw water, een stad aan zee en tussen de bossen. In de luchthaven moest ik een minder paradijselijk plek door: de douane. Trouwe vtm-kijkers weten hoe belachelijk moeilijk Australië is rond grenscontrole. Na drie kwartier wachten op mijn rugzak ('please, laat hem niet achtergebleven zijn in Abu Dhabi, het gat van de wereld') moest ik met de zak op de rug in een wel heel verstrekende rij mensen gaan staan. Ik botste met mijn fort van een zak tegen dat van een jongen. Hij keek me lachend en vol verwachting aan. I smell loneliness. 'Where you from?' 'Germany, I'm going to travel through Australia for a year, you?' 'Me too'. 2 gekken bij elkaar, nichevorming from the start. Samen met Mathias, the crazy german en Jolanda, een meisje van Nederland werden we opgehaald aan de luchthaven en naar de hostel gebracht. In de shuttlebus zagen we voor het eerst de binnenstad van Sydney. Hoge gebouwen naast piepkleine huisjes, overal auto's, parken met palmbomen en vogels met lange snavels. Ergens lijkt het zwaar op New York (zoals in de films althans) en ergens lijkt het wel een groot pretpark met al dat groen.

In de hostel slaap ik in een dorm for 6 met Jolanda en Stijn (een vriendelijke en verlegen hollandse jongen), een Duitser, een zweed en een oude Australiër die verdacht veel praat en lijkt op Crocodile Dundee. De hostel heeft de beste douches die een jeugdherberg ooit ter beschikking heeft gesteld en maar goed ook. Ik had wat geslapen in het vliegtuig maar eenmaal op je kamer blijkt al gauw dat jetlag je te pakken heeft. Ongelukkig genoeg hadden we een vroege vlucht en was het nog maar 7 uur 's ochtends. ok, doodmoe en een hele dag wakker blijven. niet dus. Rond 12 uur 'smiddags lag ik al in mijn bed.

Het is nu de tweede dag en ben nog steeds moe maar had vandaag de moed om al wat verder te lopen dan het blokje om. Met Stijn naar de Royal Botanic Garden, met uitzicht op het Opera house. Australiërs lopen er te joggen, hun krant te lezen of met hun kinderen te spelen. Ik liep er met mijn kin op de grond: een gigantisch park, met aan de ene kant zee, een andere kant één van de meest gefotografeerde gebouwen ter wereld en nog een andere kant een panoramisch zicht van de stad en ondertussen vliegen exotische dieren je om de oren. Cava, daar kan je tijdens je lunchbreak wel ne keer je bokes komen opeten...








dinsdag 18 augustus 2009


Abu Dhabi, 7u49 local time, 5u50 belgische tijd.

De luchthaven van Abu Dhabi is een cultuurshock op zich. Vanuit het vliegtuig zie je de wijde omtrek rond de luchthaven: tijdens het landen probeerdde ik me een rondleiding van een tourgids voor te stellen: "Aan uw linkerkant ziet u zand en aan uw rechterkant ziet u...euh..ook zand..." Zoeken naar de middle of nowhere eindigt hier.
Uitstappen was daarbij een nieuwe sensatie. Ok, woestijngebied, Arabische emiraten, cava, dat het een beetje warm is. Maar vanuit de vrieskou van een aircolucht gevuld vliegtuig neerdalen met een trap was nog nooit zo vermoeiend. Ondanks het vroege uur van landen (rond 7u 's ochtends) was het zeker 40 graden. fuck man, waat iiis diiiit?!
Nu zit ik te wachten op mijn vlucht naar Sydney (6u gedaan, nog maar 14 uur te vliegen, kuch) op een bankje, tussen een boedhistische pater en een volledig en in het zwart gesluiderde Arabische vrouw. Voorbijlopende mannen vergapen zich aan mijn borsten, die voor hun doen weinig verhuld zijn: t-shirt met lange mouwen, oe Gitte, you sexy bitch.

zaterdag 15 augustus 2009

D-Day!

Veltem, België, 12:10
De laatste dagen waren belachelijk lang. Ik ben moe van het slechte slapen en mijn lichaam heeft rare manieren om met stress om te gaan (zo rond de darmstreek, verder geen details).

Ondanks kleine defecten aan mijn machinerie heb ik dit weekend veel culinaire hoogstandjes bewondert tijdens het afscheid nemen van vrienden en familie. Desondanks voelde het (no offence) alsof de tijd niet vooruit ging tijdens mijn afscheid/opruim/inpak-activiteiten. Het voordeel was wel dat ik op de valreep van mijn vertrek nog zeer boeiende gesprekken heb gevoerd. Nota: taking distance, brings you closer...

Ook de last-minute cadeautjes waren niet min, bijvoorbeeld de persoonlijke jongleerballen van mijn broer waren wel een verrassing, het pakje condooms van Chitra gaf leuke inspiratie en het Columbus ei-puzzeltje van Tine was ook supercool.  Lieve haar cadeautje zal de trip niet meemaken maar was wel het meest fotogeniek: Een Gitte-gaat-naar-Australië cake, gepresenteerd tijdens Titanic-avond (ook aanwezig op cake), check mijn vliegroute:

Made By Lieve D'haese, full respect



Mijn vlucht is deze avond pas om tien over tien maar ik heb nog vanalles te doen, door mijn eeuwige uitstelgedrag maar misschien maar goed ook.
Heb mijn rugzak gemaakt onder groot jolijt van mijn ouders, die zich afvroegen hoe vaak ik nog mijn spullen weer in en uit de zak ging halen. Na ongeveer vier uur (echt waar!) heb ik toch moeilijke keuzes doorgehakt en is dit het resultaat: 12,5 kilo gevuld met 1 trui, 1 regenjas,  2 blauwe jeansbroeken (can't live without them), 1 zwarte, drie zomerbroeken, 1 rokje (tomboy-gehalte ligt dus hoog, zal de jongens op een andere manier moeten charmeren) en 15 t-shirts (ik weet het: mijn grootste zwakte maar had er in het begin minstens 30 dus heb mezelf al overtroffen bij het elimineren, ieder zijn grenzen) en nog mijn teva's, 1 paar sneakers en 2 paar slippers. Natuurlijk aangevuld met noodzakelijk kwaad als verlengkabel, adaptor, medicijnen, ondergoed, bikini en toiletzak. En dat is mijn gerief voor een heel jaar. 

Voor degene die kicken op cijfertjes, go wild on this: Ik vlieg 22 uur in 2 vluchten naar Sydney met een tussenstop in Abu Dhabi. Nee, niet Abu Graib zoals ik ooit verkeerdelijk heb gezegd (hey patato, patata). En in Sydney is er 9 uur tijdsverschil. (I hear jetlag calling!)

Voor ik vertrek nog even zeggen dat ik jullie berichtjes van gisteren en vandaag stuk voor stuk heel lief vond, heb stiekem wat traantjes weggepinkt. Ik wens jullie dan ook veel liefde, geluk en avontuur toe en ik hou van jullie allemaal!


donderdag 13 augustus 2009

Inpakken met Gitte, naar de wetten van de dialectiek

Veltem, België, 12:06
Woot Woot! De trein der tijd reist verder en brengt me naar station 'vier dagen voor vertrek'. Mijn mama had me de raad gegeven op tijd in te pakken aangezien zaterdag een feestdag is en ik dan niks zou kunnen kopen als ik iets nodig zou hebben. Dat betekent dus vandaag inpakken en bijgevolg veel werk want een reisje naar de andere kant van de wereld is niet eenvoudig, zo blijkt. Er is het weer (dat in Australië alle vormen aanneemt), er is het gegeven dat het voor een lange tijd is (namelijk een jaar) en er is, tot mijn eigen schande, het gedragsprobleem beter bekend als het meisjes-op-reis-syndroom (...dat moet mee, en dat, en dat, en dat,..), waaraan ik lijd.

Deze componenten maken het inpakken danig moeilijk daarom is het belangrijk, zo hebben we het geleerd, structuur aan te brengen bij dit probleem. Dus werk ik tijdens het inpakken volgens de wetten van de dialectiek, naar het idee van Karl Marx. These, antithese, synthese oftewel teveel, te weinig, just genoeg. Wie zegt dat ik chaotisch ben?

Voor dat voltooid is, zie ik me nog geconfronteerd met andere randverschijnselen van lang reizen, namelijk: opruimen, verzamelen, wachten, ordenen, navragen, oplijsten, kuisen, inschatten, nakijken, kopen, wassen, onthouden,...Een eindeloze lijst aan bezigheden die mijn dagen schijnen te vullen (en ook die van mijn ouders).

Deze praktische beslommeringen terzijde  was ik de afgelopen twee weken druk in de weer met het afscheid nemen van kennissen, vrienden en familie. Hoewel mij het afscheid nemen nooit heeft afgeschrikt, vind ik het toch een interessant fenomeen. Ik kon namelijk op voorhand niet inschatten hoe me dat zou bevallen. We zijn vier dagen voor vertrek en de meeste kennissen zijn al gedag gezegd met een vrolijke 'En tot de volgende, he!' En zo voelt het ook, geen probleem. Maar over een paar dagen neem ik afscheid van mensen die ik vaker zie en dat zal al wat moeilijker zijn. Maar ergens denk ik nu vooral: ik heb meer dan een jaar geleden gekozen dit alleen te doen, zonder enige vorm van angst, want ik weet dat ik goed alleen kan zijn en dat als je alleen de wereld intrekt, los van alles wat je kent, de meeste nieuwe dingen ontdekt. Dus zal ik me de komende dagen vrolijk amuseren en verder inpakken in afwachting van Het Grote Vertrek. Later meer. 

donderdag 2 juli 2009

Het Impulsieve Idee

Veltem, België, 14:22

De oranje frisbee vloog met spinnende beweging naar een jongen in bloot bovenlijf. Niet mis: de frisbee, die spinnende beweging, dat lijf. 'Ken je Wep?', vroeg Lise, 'Zij doen programma's waar je kan werken in het buitenland.' Ik loste mijn blik van het lijf en de frisbee die we van een afstand op het gras in het park begaapte en keek haar aan. Op Mary Poppins-achtige wijze zocht ik een bik in mijn zak en schreef het op mijn hand. Einde conversatie. Het was midden juli 2008 en ik werd gek. Ik had voordien te weinig energie gestoken in een zoektocht naar een vakantiejob en eindigde bijgevolg een hele maand thuis zonder notie van vrienden. Ik had dus zeeën van tijd voor een identiteitscrisis waar iedereen van mijn leeftijd recht op heeft. Wat ga ik na mijn studies doen? Wie wil ik zijn? Wat kan ik? 

Lise had een zaadje in mijn hoofd geplant dat ik toch even moest exploreren. Als ik dan toch geen idee had wat of waar ik naartoe wou, kon ik misschien iets gaan doen met zaken die op mijn kloteleeftijd van zoeken voordelen zijn, namelijk: geen gebonden- of verantwoordelijkheden. Ik bestelde dus de gratis brochure en las hem in een ruk door. Dit is het. Dit ga ik volgende jaar doen. Ik ga volgende jaar Australië rondtrekken en wat werken als dat nodig is. Ik liep naar beneden, waar ik de nu legendarische woorden aan mijn krant-lezende vader voorlegde: 'Daddy, Ik ga naar Australië.' Mijn vader keek droog op van zijn krant en zei: 'Ok', waarop hij zich terug op een artikel concentreerde. 'Ik meen het papa'. 'Ok'. Dat was dat. 

De dagen daarop schreef ik me in voor een info-dag en maakte ik financiële plannen om mijn reis te bekostigen. Ik zou vertrekken in augustus 2009 en had 5000 euro nodig. Mijn speech voor mijn ouders had ik klaar. Geoefend en al. Ik zou gaan, de vraag was alleen hoe.

Nadat ik mijn beide ouders verrassend snel had overtuigd van mijn reis - mijn moeder: 'Oh nee! Waarom moet mijn dochter weer met zo'n ideeën afkomen! En hoe lang ben je dan weg?'- was het dus wachten geblazen.

Een hectisch, laatste bachelor jaar ging niet voorbij zonder elke maand 5 keer te vermelden dat ik naar Australië ging. 'Wow, hoe moedig!' 'Amai, supercool, ik zou het niet durven!' Ik lachte wat en keek bescheiden de andere kant op. Dezelfde ontkennende houding gebruikte ik om in februari mijn vliegtuigticket te boeken en mijn visum aan te vragen. Ik hield hardnekkig vol in mijn vrolijke kijk op een jaartje alleen in het buitenland. 

Tot mijn proclamatie: coming in on july. BAM. Daar was het: Het Besef. Kaaaak, ik ga alleeeeen naar auuuustraaallliieeeeë, voor een jaaaar! Ach wat, alles ligt vast dus ik doe het zoiezo, alleen is de vraag: hoe overbrug ik de periode tussen nu en 17 augustus (D-Day: Departure Day)? Je kan het vergelijken met een springplank in een zwembad oplopen. Dat is meestal het engste moment van een hoge duik in het water, na het eigenlijke springen dan. Ik sta nu al op de springplank, nu nog springen, maar dat is voor 17 augustus. Ondertussen tuur ik als een klein kind het water af vanop een ijle hoogte... Come on D-Day.